Het is zondagmorgen,
in rust en stil
slaapt de stad zonder zorgen,
want de dag is nog zo pril.
Ik hang uit het raam te hangen,
gooi brood naar de meeuwen
die duiken en plonzen,
stijgen weer op en schreeuwen...
Er kabbelt een bootje voorbij,
over het water van de gracht
weerspiegelt het zonlicht en jij,
in het bootje, jij lacht.
Jij bent de dag die lacht
jij lieve lieve lieve lieve lieve lieve lach
de bij in mij vindt honing
de mond in jou vindt lach
weerspiegelt het kabbelend zonnetje
over het water van de gracht
jij bent de dag die lacht.
Het is zondagmorgen,
in rust en stil
slaapt de stad nog zonder zorgen,
want de dag is zo pril.
Ik kabbel in een bootje voorbij,
over het water van de gracht
weerspiegelt het zonlicht en jij,
naast mij in het bootje, jij lacht.
Jij bent de dag die lacht
jij lieve lieve lieve lieve lieve lieve lach
En de spelende kinderen
huppelen over de brug
Ze lachen en zwaaien naar ons
en wij, wij lachen terug
het is de dag die lacht.
dag
lieve
dag
lieve
lach